020 - 515 9 515

Uitspraken in de kennisbank XpertHR

Maak kennis met XpertHR, de Antwoordbank

Uitspraken van de rechtelijke macht over arbeidsrechtelijke zaken met een vertaling naar de praktijk

  • Arbeidsrechtelijke uitspraken per onderwerp gerankschikt
  • Heldere beschrijving van de case, de uitspraken van de kantonrechter of hoge raad
  • De uitspraken van de kantonrechter, het gerechtshof of de hoge raad
  • Praktische vertaling wat de jurisprudentie betekent in de praktijk
  • Verwijzing naar Xpertise documenten met meer uitleg over wat mag en wat kan.
test

Uitspraken in XpertHR

XpertHR Uitspraken-WWZ-ketenregeling

Einde vierde contract voor (on)bepaalde tijd door beëindingsovereenkomst bij voorbaat niet toegestaan

Hoge Raad, 9 januari 2015 – Na drie tijdelijk arbeidsovereenkomsten sluiten werkgever en werknemer een vierde arbeidsovereenkomst en komen gelijktijdig het einde van dat contract overeen door beëindigingsovereenkomst. De Hoge Raad oordeelt dat gekeken moet worden naar de bedoeling van partijen en daaruit blijkt dat de werkgever hiermee in feite een vierde tijdelijke arbeidsovereenkomst hebben willen sluiten. Dat mag – op grond van de ketenregeling – niet en dus is geen einde aan het vierde contract gekomen; de arbeidsovereenkomst loopt door.

De zaak
De werknemer en de werkgever zijn vanaf augustus 2008 drie opeenvolgende tijdelijke contracten overeengekomen. Daarna hebben partijen een vierde arbeidsovereenkomst gesloten. Gelijktijdig met het afsluiten van deze vierde arbeidsovereenkomst zijn partijen een (vaststellings)overeenkomst ter beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden per 1 januari 2012 overeengekomen.

In de vaststellingsovereenkomst is opgenomen dat met het afsluiten van het vierde contract een contract voor onbepaalde tijd is ontstaan maar dat de werkgever het vierde contract heeft verlengd onder de voorwaarde dat op voorhand duidelijk is wanneer dat vierde contract eindigt. Hoewel de werknemer aanvankelijk niet wilde meewerken, heeft hij – ter behoud van zijn baan – toch ingestemd met de op voorhand vastgestelde einddatum.

Per 1 januari 2012 eindigt de arbeidsovereenkomst, daar is de werknemer het niet mee eens. Hij vordert – onder meer – loondoorbetaling.

De kantonrechter
De kantonrechter wijst de loonvordering toe totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd.

Het hof
Het hof vernietigt de beslissing van de kantonrechter en wijst de loonvordering van de werknemer af. Het hof oordeelt dat de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 januari 2012 is beëindigd.

De Hoge Raad
Het hof heeft alleen gekeken naar de tekst van de schriftelijke arbeidsovereenkomst en naar die van de vaststellingsovereenkomst. De Hoge Raad vindt dat niet voldoende. Hij is van oordeel dat ook gekeken moet worden naar de bedoeling van partijen en naar de omstandigheden van het geval.

De Hoge Raad heeft de zaak verwezen naar het hof Arnhem-Leeuwarden ter verdere behandeling en beslissing.

Hoge Raad, 9 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:39

In de praktijk
De ketenregeling
In artikel 7:668a BW is de ketenregeling vastgelegd. Deze regeling komt er op neer dat wanneer sprake is van opvolgende arbeidsovereenkomsten met tussenpozen van drie maanden of minder, vanaf het vierde contract of vanaf de dag na het bereiken van de 36ste maand (inclusief de tussenpozen), sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

Let op! Met ingang van 1 juli 2015 is sprake van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijde als sprake is van opvolgende arbeidsovereenkomsten met tussenpozen van zes maanden of minder vanaf het vierde contract of vanaf de dag na het bereiken van de 24ste maand (inclusief de tussenpozen), sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

Driekwart dwingend recht
De ketenregeling is van driekwart dwingend recht, dat betekent dat van de wettelijke bepaling alleen bij cao (of bij regeling door of namens een bevoegd bestuursorgaan) kan worden afgeweken.

De vierde arbeidsovereenkomst
Op grond van artikel 7:668a BW was in elk geval – zo vinden zowel de kantonrechter als het hof als de Hoge Raad - de vierde arbeidsovereenkomst een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

Vooraf einde arbeidsovereenkomst overeenkomen
Naast de arbeidsovereenkomst zijn partijen gelijktijdig een vaststellingsovereenkomst overeengekomen. Of dat al dan niet het gewenste effect had; namelijk de beëindiging van de arbeidsovereenkomst op de overeengekomen datum, daarover verschillen de kantonrechter, het hof en de Hoge Raad van mening; het hof vindt van wel, de kantonrechter en de Hoge Raad vinden van niet.

De Hoge Raad geeft aan dat het hof ten onrechte uitsluitend heeft gekeken naar de bewoordingen van de vierde arbeidsovereenkomst en van de beëindigingsovereenkomst. Het hof had - bij de beantwoording van de vraag of partijen een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd dan wel onbepaalde tijd zijn overeengekomen – niet alleen naar de tekst van de schriftelijke arbeidsovereenkomst en beëindigingsovereenkomst mogen kijken.

De bedoeling van partijen en de omstandigheden van het geval zijn ook van belang. De bedoeling van de werkgever was om met deze constructie de ketenregeling te omzeilen. Weliswaar kan rechtsgeldig een vaststellingsovereenkomst worden gesloten ter voorkoming van een (toekomstig) geschil (artikel 7:900 lid 1 BW), maar artikel 7:902 BW brengt mee dat de vaststelling alleen dan in strijd mag komen met dwingend recht indien deze strekt ter beëindiging van een – reeds bestaand – geschil (en dus niet strekt ter voorkoming daarvan). Een andere opvatting zou het mogelijk maken bij een zodanige overeenkomst de werking van (semi-)dwingend recht op voorhand uit te sluiten en daarmee het (semi-)dwingende karakter daarvan op ontoelaatbare wijze te ondermijnen.

Aldus is de conclusie dat deze constructie naar het oordeel van de Hoge Raad niet toegestaan.

Let op dit is een voorbeeld van een van de uitspraken en de uitleg naar de praktijk in XpertHR. Wilt u meer informatie over de aanschaf van XpertHR voor uw organisatie? Neem dan contact op met uw accountmanager.

Meer weten?