020 - 515 9 515

Vaststellingsovereenkomst

Als de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd met wederzijds goedvinden, dan moeten de afspraken worden vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst (wordt ook wel beëindigingsovereenkomst genoemd). De vaststellingsovereenkomst moet worden ondertekend door zowel de werkgever als de werknemer.

    Vaststellingsovereenkomst

    In de kennisbank van XpertHR vindt u een voorbeeld vaststellingsovereenkomst waarin verschillende onderwerpen aan de orde komen, die normaliter in een beëindigingsovereenkomst worden geregeld en hiervoor zijn besproken. Van belang is dat er geen 'losse eindjes' ongeregeld overblijven en dat werkgever en werknemer elkaar finale kwijting kunnen geven als de vaststellingsovereenkomst volledig is nagekomen. Finale kwijting betekent dat als partijen hun afspraken en verplichtingen in het kader van de afwikkeling van het dienstverband zijn nagekomen, niets meer van elkaar te vorderen hebben.

    Het is van groot belang dat de werkgever zich ervan overtuigt dat de werknemer duidelijk en ondubbelzinnig instemt met de beëindiging. De werkgever mag daar niet te gemakkelijk van uitgaan. Wanneer de werknemer achteraf kan aantonen onder druk te zijn gezet, verkeerd te zijn voorgelicht of kan aantonen de vaststellingsovereenkomst te hebben getekend zonder voldoende te beseffen wat de gevolgen daarvan voor hem zouden zijn, loopt de werkgever het risico dat de werknemer zich beroept op dwaling, bedrog, bedreiging of misbruik van omstandigheden. Slaagt de werknemer in dat beroep, dan is er geen rechtsgeldige beëindigingsovereenkomst tot stand gekomen en loopt de arbeidsovereenkomst gewoon door. Wilt u een voorbeeld casus lezen waarin een werknemer zich beriep op een wilsgebrek?  Login of vraag vrijblijvend een demonstratie aan en en ondervind de toegevoegde waarde van XpertHR voor uw bedrijf.

     

    WW-uitkering

    De werknemer kan ook bij een beëindiging met wederzijds goedvinden in aanmerking komen voor een WW-uitkering, voor zover uit de vaststellingsovereenkomst blijkt dat de werkgever het initiatief heeft genomen voor de beëindiging en dat de beëindiging niet is te wijten aan de werknemer. Of en in hoeverre de werknemer uiteindelijk aanspraak heeft op WW bepaalt het UWV. De werkgever kan daarover niet beslissen, laat staan een garantie geven. Aldus raden wij af om de werknemer een garantie op een WW-uitkering te geven.

    Als er een dringende behoefte is om de werknemer wel een WW-garantie te geven (bijvoorbeeld omdat hij anders niet wil meewerken aan een beëindiging), dan zou overwogen kunnen worden om af te spreken dat als de werknemer geen WW-uitkering krijgt omdat hij verwijtbaar werkloos is, hij terug in dienst treedt. In XpertHR hebben wij een voorbeeld van zo'n terugkeergarantie opgenomen.  Login of vraag vrijblijvend een demonstratie aan en en ondervind de toegevoegde waarde van XpertHR voor uw bedrijf.